Doel kadernota
Het doel van de kadernota is dat het college aan de raad voorstelt op welke basis hij de concept-begroting voor het volgende jaar (inclusief de meerjarenraming over de drie daaropvolgende jaren) zal maken. Wanneer de concept-begroting dan later in het jaar aan de raad wordt voorgelegd, kan de raad die begroting toetsen aan de vastgestelde kadernota. Het uitgangspunt is dat er in de begroting, ten opzichte van de kadernota, geen grote wijzigingen worden voorgesteld aan de raad. Als dat toch gebeurt, is dat omdat er tijdens het maken van de begroting informatie beschikbaar is gekomen die tijdens het maken van de kadernota niet voorhanden was. In zulke gevallen wordt dit toegelicht in de begroting.
Met de kadernota stelt het college de raad in staat om tijdig 'het goede gesprek' te voeren over de verdeling van de schaarse financiële middelen over de vele taken en ambities van de gemeente. Zo hoeft de behandeling van de begroting, die 15 november bij de provincie moet worden ingeleverd, niet meer politiek spannend te zijn.
Om duidelijk te maken wat de financiële situatie is (de situatie waarin keuzes gemaakt worden) en welke voorstellen het college in die situatie wil doen, wordt in dit document onderscheid gemaakt tussen drie soorten voorstellen voor begrotingswijziging:
a. Voorstellen op grond van autonome ontwikkelingen. Dit zijn aanpassingen van de begroting die naar het oordeel van het college onontkoombaar zijn, omdat de ontwikkelingen die tot de aanpassing dwingen, niet of slechts zeer beperkt door de gemeente te beïnvloeden zijn. Voorbeelden zijn: (1) loonontwikkeling (CAO-afspaken), prijsontwikkeling (inflatie), (2) bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, (3) stijging of daling van de vraag naar een bepaalde voorziening, tot de verstrekking waarvan de gemeente wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld uitkeringen, Wmo-voorzieningen).
b. Voorstellen op grond van gemaakte keuzes. Dit betreft begrotingswijzigingen die direct voortvloeien uit eerder door het college of de raad genomen besluiten. Bijvoorbeeld in dit document: Het recente besluit van de raad om de Omgevingsvisie vast te stellen.
c. Voorstellen op grond van voorstellen van het college. Hier gaat het om begrotingswijzigingen die ruimte maken om bepaalde keuzes te kunnen maken. Denk aan de intensivering van bepaald beleid (exploitatie). Of de aanleg van een nieuwe weg, of de herinrichting van een plein (investeringen).
De kadernota is een voorbereiding op de begroting, maar niet zelf een begroting. De raad autoriseert door het vaststellen van de kadernota dus niet het college om geld uit te geven; dat gebeurt pas bij het vaststellen van de begroting. Waar in dit document van 'begrotingwijzigingen' sprake is, moet dit dan ook overdrachtelijk begrepen worden. Strikt genomen gaat het om 'ramingswijzigingen'.
In een overzichtsdocument als de kadernota kan de toelichting bij de voorstellen uiteraard slechts summier zijn. Bij nieuw beleid van groot financieel of politiek gewicht zal het college daarom niet alleen het verwachte financiële effect opnemen in de kadernota, om de vereiste middelen vrij te maken ('allocatie'). Separaat legt het college een raadsvoorstel voor aan de raad, om de vereiste politieke steun te verkrijgen voor het beleid en de daarmee gepaard gaande uitgaven. Dat staat dan vermeld in de toelichting op het betreffende begrotingswijzigingsvoorstel.