Uitgangspunten rechtmatigheid
Sinds 2023 ligt de verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheidsverantwoording niet langer bij de accountant, maar bij het college. De accountant toetst nog steeds de getrouwheid van het rechtmatigheidsoordeel van het college. In de kadernota moeten de rapportagegrenzen voor de rechtmatigheid worden vastgesteld.
Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) dat de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen.”
Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringscriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium.
Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording:
Voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;
Begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting;
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Rapportagegrens en verantwoordingsgrens 2026
Bij de verantwoording maken we onderscheid in fouten en onduidelijkheden. Beiden vallen onder dezelfde verantwoordingstolerantie en rapporteringsgrens. De argumenten hiervoor zijn:
Eén grens voor fouten en onduidelijkheden gezamenlijk is eenvoudiger en begrijpelijker voor de gebruikers;
Eén grens voor fouten en onduidelijkheden gezamenlijk sluit beter aan bij wat internationaal gebruikelijk is;
In de publieke sector is voor de meeste sectoren het onderscheid tussen fouten en onduidelijkheden al komen te vervallen;
Buiten de publieke sector bestaat er geen onderscheid tussen fouten en onduidelijkheden.
Op 16 april 2025 zijn wetswijzigingen gepubliceerd waarmee de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel is geworden van de wet en ook de maximale verantwoordingsgrens die gemeenten mogen hanteren is verlaagd. De nieuwe maximale verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording is 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves (nu 3%). Deze verantwoordingsgrens is de grens voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden samen. Doordat fouten en onzekerheden bij elkaar opgeteld moeten gaan worden zal dit landelijk naar verwachting gaan leiden tot een toename van het aantal niet-goedkeurende controleverklaringen bij decentrale overheden.
Voor 2026 wordt voorgesteld om de volgende verantwoordingsgrens en rapportagegrens voor rechtmatigheid te hanteren:
De verantwoordingsgrens op 2% van de totale lasten (exclusief de toevoegingen aan de reserves).
De rapportagegrens op € 75.000.
Naar de raad worden afwijkingen vanaf € 25.000 gerapporteerd en toegelicht.