Uitgangspunten indexatie
De gemeente Ouder-Amstel baseert de indexatie op de verwachtingen voor 2026 van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) dat in februari 2025 is verschenen. Op basis van de hogere geraamde lasten en baten als gevolg van de verwachte prijsstijgingen wordt een stelpost ingericht voor indexatie. Budgetten die worden verhoogd als gevolg van prijsstijging komen ten laste van deze stelpost. Het inrichten van de stelpost leidt tot een nadeel van € 562.000 in 2026.
Uitgangspunten indexatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|---|---|---|---|
Lasten | -1079 | -1049 | -1042 | -1046 |
Baten | 517 | 531 | 545 | 541 |
Effect op resultaat | -562 | -518 | -497 | -505 |
Het meerjarenperspectief wordt opgesteld met constante prijzen. Dat betekent dat het prijspeil van het begrotingsjaar wordt doorgetrokken naar de volgende jaren. Er vindt geen meerjarige inflatiecorrectie plaats. Dit geldt zowel voor de uitgaven als de inkomsten. Door deze wijze van begroten is het eenvoudiger afwijkingen in de meerjarenbudgetten te signaleren en dat heeft een positief effect op de betrouwbaarheid van het meerjarenperspectief.
Indexatie loonkosten
Ten tijde van opstellen van deze kadernota liepen de onderhandelingen over een nieuwe Cao Gemeenten. In de onderhandelingen over het nieuwe cao is de stijging van de lonen van gemeenteambtenaren voor de komende periode (2025-2027) meegenomen. Op het moment van opstellen van deze kadernota was er nog geen akkoord en was er dus nog geen definitieve stijging voor 2026 bekend. Daarom heeft de gemeente zich voor de stijging van lonen en loongevoelige budgetten op de verwachtingen van het CPB gebaseerd.
Dit betekent dat er voor 2026 uit wordt gegaan van een indexatie van lonen en loongevoelige budgetten van 1,8% (Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers, CPB februari 2025).
Indexatie prijzen
De indexering 2026 voor de exploitatiebudgetten bedraagt 2,1% (Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc), CPB februari 2025). Dit is de verwachte gemiddelde stijging van de prijzen van de netto materiële consumptie van de collectieve sector in 2026. Zowel de jaarlijkse exploitatiebudgetten voor uitgaven als voor inkomsten worden geïndexeerd.
Bij de uitgaven betreft het de budgetten voor diensten en leveringen. Bij de inkomsten betreft het voornamelijk de indexering van leges-, belasting-, huur- en parkeeropbrengsten. Voor de indexering van subsidies houden we het gewogen gemiddelde van de loon- en prijsindexering aan (80% loon en 20% prijs). Voor de bijdrage aan verbonden partijen wordt het reguliere percentage van 2,1% aangehouden.
Indexatie Jeugd en Wmo budgetten
Voor de budgetten Jeugd en Wmo wordt een mix van het OVA percentage (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) en het PPC percentage (prijsindexcijfer particuliere consumptie) gebruikt voor indexatie. Dit leidt tot een hoger indexatie percentage van 4,0% voor jeugd en Wmo budgetten. Deze hogere indexatie wordt meegenomen bij het inrichten van de stelpost.
Bijdrage Duo+
De bijdrage aan Duo+ wordt geïndexeerd op basis van het gewogen gemiddelde van de loon- en prijsindexering aan (80% loon en 20% prijs). De gemeente Ouder-Amstel hanteert hierbij 1,8% voor lonen en 2,1% voor prijzen, zoals hierboven beschreven, op basis van het CPB. In de meerjarenbegroting van Duo+ wordt uitgegaan van een loonstijging van 4,7%. Dit betekent dat de bijdrage voor Duo+ die is opgenomen in deze kadernota, niet aansluit bij de bijdrage die is opgenomen in de meerjarenbegroting van Duo+.
Nadat het Cao voor Gemeenten is vastgesteld is de loonstijging voor 2026 definitief. Duo+ en de gemeente stellen hun begrotingen bij zodat beide begrotingen weer op elkaar aansluiten. Voor Duo+ is dat bij de eerste begrotingswijziging van 2026, voor de gemeente Ouder-Amstel bij het opstellen van de programmabegroting 2026.